|
Maatregelen gericht op werkgevers Meer werk, maatwerk Het kabinet wil met de sociale partners afspraken maken over meer mogelijkheden om de participatie van Wajongers te vergroten. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan het creëren van nieuwe functies, het anders organiseren van werk en aan het treffen van voorzieningen om jongeren met een beperking te ondersteunen.
Matching van vraag en aanbod Om op korte termijn de matching tussen vraag en aanbod te verbeteren heeft het UWV per oktober 2008 op de vacaturebank www.werk.nl een afzonderlijke module voor Wajongers geplaatst: wajongwerkt.nl. Op deze site kunnen werkgevers vacatures en/of werkzaamheden plaatsen. Deze zullen op de doelgroep toegesneden zijn. Werkgevers zullen hierover voorlichting krijgen. Re-integratiebedrijven kunnen reageren. Blijft reactie uit, dan zal UWV contact zoeken met de werkgever en/of re-integratiebedrijven. Doel is te komen tot een snelle bemiddeling. Betere en snellere dienstverlening voor werkgevers Het UWV heeft vanaf oktober 2008 één aanspreekpunt voor werkgevers: het servicecentrum Wajong. Dat regelt alle (aan)vragen voor het in dienst nemen en houden van jongeren met een beperking. Het servicepunt neemt werkgevers zo veel mogelijk administratieve handelingen uit handen. De werkgever levert een standaardset van gegevens aan. Het servicecentrum handelt (vervolg)aanvragen voor bijvoorbeeld jobcoaching, werkplekaanpassing en ziekmelding af.
Verder worden de aanvraagformulieren voor re-integratieinstrumenten vereenvoudigd en zoveel mogelijk gedigitaliseerd. De kosten van een werkplekaanpassing zullen volledig worden vergoed. De beoogde inwerkingtredingsdatum hiervoor is 1 januari 2009.
Maatregelen gericht op Wajongers Versterking van het re-integratieinstrumentarium Het re-integratieinstrumentarium voor de jonggehandicapten zal worden verbeterd:
* Verbetering professionaliteit en doelmatigheid van de jobcoaches. * Verruiming van de mogelijkheden om een beroep op de voorzieningen te doen voor hen die als zelfstandig ondernemer aan de slag willen. * Creëren van participatieplaatsen voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, die wel het perspectief hebben dat zij met langere begeleiding weer inzetbaar zijn in reguliere arbeid.
Betere dienstverlening aan Wajongers * De regeling voor loonaanvulling bij werk zal worden vereenvoudigd, zodat het voor Wajongers duidelijk wordt wat de gevolgen van (extra) werk voor hun inkomensondersteuning is. * Voor Wajongers onder de huidige regeling heeft UWV op zijn website een rekentool geplaatst waarmee Wajongers zelf een (globale) berekening kunnen maken van de inkomensgevolgen. Verbetering van de overgang van school naar werk Jongeren en hun schoolloopbaan * Jongeren met een beperking komen na hun school heel verschillend terecht. Grote verschillen vereisen maatwerk op individueel niveau. Daarbij zijn testen (assessment) een belangrijk hulpmiddel. Het voornemen is op ten minste drie momenten in de schoolloopbaan deze testen te doen:
1. Op 12- of 13-jarige leeftijd wordt het beginniveau van de jongere in het onderwijs vastgesteld en een beeld van het vermoedelijke perspectief; 2. Op 14- of 15-jarige leeftijd wordt het ontwikkelingsperspectief bepaald. Daarin worden zowel de mogelijkheden van de leerling als de situatie op de regionale arbeidsmarkt betrokken; 3. Kans op werk (uitstroomperspectief): aan het einde van het voortgezet (speciaal) onderwijs wordt voor de overstap naar de arbeidsmarkt vastgelegd welke vaardigheden de jongere heeft, wat diens verdere ontwikkelingsmogelijkheden zijn. Jongeren die geen reguliere startkwalificatie kunnen halen, moeten zich doelgericht voorbereiden op een plek op de arbeidsmarkt. De afgelopen jaren is een begin gemaakt met het arbeidsgericht onderwijs voor jongeren met een beperking. Daarbij kunnen stages - naast het aanleren van vaardigheden op school - de overgang van onderwijs naar arbeid belangrijk verbeteren. De school legt in overleg met andere instanties in de regionale Wajong-netwerken (zie onder) in een individueel plan de precieze overgang van onderwijs naar arbeid vast.
Regionale Wajong-netwerken UWV werkt samen met andere betrokken partijen samen in regionale Wajong-netwerken. Het netwerk bespreekt alle leerlingen die toe zijn aan de overstap naar de arbeidsmarkt om een vloeiende overgang van onderwijs naar werk te bevorderen. Momenteel wordt gewerkt aan het zodanig inrichten van deze netwerken dat ze overal dezelfde basiskwaliteit hebben. In ieder geval moeten UWV, scholen(voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en middelbaar beroepsonderwijs), CWI, belangenbehartigers van stichting MEE en gemeenten hieraan deelnemen. Waar nodig doen ook andere partijen mee, zoals re-integratiebedrijven en werkgevers. Eerder inzetten van jobcoaches Het kabinet maakt het mogelijk om jobcoaches in het laatste schooljaar al in te zetten. Het kabinet wil door middel van een pilot hiermee ervaring opdoen . De pilot moet duidelijk maken of de inzet van een jobcoach tijdens stage zinvol en effectief is en voor welke doelgroep dat in het bijzonder het geval is. De pilot loopt tot 1 januari 2011, wanneer de invoering van passend onderwijs is voorzien. Investeren in opvoedingsondersteuning Er komt een landelijk dekkend netwerk van centra voor Jeugd en Gezin. Alle ouders en kinderen kunnen er terecht met vragen over opvoeden en opgroeien én voor hulp. De centra voor Jeugd en Gezin moeten goed samenwerken met de zorgadviesteams (ZAT’s) bij scholen. Deze samenwerking resulteert in het eerder signaleren van problemen, waardoor ze ook sneller aangepakt kunnen worden. Het kabinet wil dat alle scholen in 2011 beschikken over zorgadviesteams voor alle leeftijdsgroepen.
Investeren in jeugdgezondheidszorg en jeugdzorg Het onderzoeksprogramma ‘Zorg voor Jeugd’ ondersteunt het opzetten van de centra voor Jeugd en Gezin. Dit programma ontwikkelt interventies en instrumenten voor de jeugdgezondheidszorg en de geïndiceerde jeugdzorg. Het helpt professionals aan instrumenten om problemen effectief te signaleren en problemen in het leven van jonge kinderen goed te behandelen. De minister voor Jeugd en Gezin trekt hier € 42 miljoen voor uit.
Meer nadruk op participatie Het kabinet wil dat hulpverleners bij het begeleiden en behandelen van jongeren ook oog hebben voor toekomstige participatie van die jongeren. Dit vraagt om meer nadruk op wat deze jongeren wél kunnen, een cultuuromslag die actief ondersteund moet worden door de verschillende beroepsgroepen in de jeugdzorg. Betere voorbereiding op een baan Jongeren moeten op school zo goed mogelijk worden voorbereid op een toekomstige baan. De belangrijkste voorgenomen verbeteringen in het onderwijs en de organisatie van het onderwijs aan jongeren met een beperking, staan in de brieven aan de Tweede Kamer van 25 juni en 5 december 2007. Stroomlijning regelingen voor jongeren met een beperking Jongeren met een beperking hebben met een flink aantal regelingen en overheidsinstanties te maken. Het kabinet wil dit veranderen. Zo wordt het kader voor integraal indiceren begin 2009 naar verwachting overal toegepast. Indicaties voor jeugdzorg, AWBZ-zorg en speciaal onderwijs worden hiermee op elkaar afgestemd. Dit leidt tot minder rompslomp voor de jongere en zijn ouders: zij hoeven minder vaak gegevens te verstrekken aan de diverse instanties.
Ondersteunende maatregelen Programma cultuurverandering en kennisdeling Onderzoek laat zien dat de beeldvorming, zowel bij de jongeren zelf als bij hun omgeving, een belangrijk knelpunt is. Niet alleen wet- en regelgeving moet worden aangepast, maar er moet ook een cultuuromslag komen bij onder andere professionals in de (jeugd)zorg, in het onderwijs, binnen UWV, bij werkgevers en bij ouders. SZW, OCW en J&G ontwikkelen hiervoor gerichte activiteiten. Beleidsonderzoek Om te beoordelen of het beleid de gewenste doelen bereikt, is kennis nodig. Daartoe zal een monitor worden ingericht. De monitor wordt zonodig aangevuld met specifiek onderzoek.
Bron:SZW |