Hoofdmenu
Start
Nieuws
Recht Op
Informatie
Contact
Links
Inloggen
Geef uw mening
Zoeken op trefwoord
Wie zijn er online?
We hebben 1 gasten online
Bezoekers: 44514








Start
De nieuwe Wajong:Wie kan doet mee, wie helemaal niet kan, krijgt zorg
dinsdag, 02 februari 2010

Maatregelen gericht op werkgevers

Meer werk, maatwerk

Het kabinet wil met de sociale partners afspraken maken over meer mogelijkheden om de participatie van Wajongers te vergroten. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan het creëren van nieuwe functies, het anders organiseren van werk en aan het treffen van voorzieningen om jongeren met een beperking te ondersteunen.

Matching van vraag en aanbod

Om op korte termijn de matching tussen vraag en aanbod te verbeteren heeft het UWV per oktober 2008 op de vacaturebank www.werk.nl een afzonderlijke module voor Wajongers geplaatst: wajongwerkt.nl. Op deze site kunnen werkgevers vacatures en/of werkzaamheden plaatsen. Deze zullen op de doelgroep toegesneden zijn. Werkgevers zullen hierover voorlichting krijgen. Re-integratiebedrijven kunnen reageren. Blijft reactie uit, dan zal UWV contact zoeken met de werkgever en/of re-integratiebedrijven. Doel is te komen tot een snelle bemiddeling.

Betere en snellere dienstverlening voor werkgevers

Het UWV heeft vanaf oktober 2008 één aanspreekpunt voor werkgevers: het servicecentrum Wajong. Dat regelt alle (aan)vragen voor het in dienst nemen en houden van jongeren met een beperking. Het servicepunt neemt werkgevers zo veel mogelijk administratieve handelingen uit handen. De werkgever levert een standaardset van gegevens aan. Het servicecentrum handelt (vervolg)aanvragen voor bijvoorbeeld jobcoaching, werkplekaanpassing en ziekmelding af.

Verder worden de aanvraagformulieren voor re-integratieinstrumenten vereenvoudigd en zoveel mogelijk gedigitaliseerd. 

 De kosten van een werkplekaanpassing zullen volledig worden vergoed.

De beoogde inwerkingtredingsdatum hiervoor is 1 januari 2009.

Maatregelen gericht op Wajongers

 Versterking van het re-integratieinstrumentarium

Het re-integratieinstrumentarium voor de jonggehandicapten zal worden verbeterd:

    * Verbetering professionaliteit en doelmatigheid van de jobcoaches.
    * Verruiming van de mogelijkheden om een beroep op de voorzieningen te doen voor hen die als zelfstandig ondernemer aan de slag willen.
    * Creëren van participatieplaatsen voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, die wel het perspectief hebben dat zij met langere begeleiding weer inzetbaar zijn in reguliere arbeid.

Betere dienstverlening aan Wajongers
    * De regeling voor loonaanvulling bij werk zal worden vereenvoudigd, zodat het voor Wajongers duidelijk wordt wat de gevolgen van (extra) werk voor hun inkomensondersteuning is.
    * Voor Wajongers onder de huidige regeling heeft UWV op zijn website een rekentool geplaatst waarmee Wajongers zelf een (globale) berekening kunnen maken van de inkomensgevolgen.

Verbetering van de overgang van school naar werk Jongeren en hun schoolloopbaan

* Jongeren met een beperking komen na hun school heel verschillend terecht. Grote verschillen vereisen maatwerk op individueel niveau. Daarbij zijn testen (assessment) een belangrijk hulpmiddel. Het voornemen is op ten minste drie momenten in de schoolloopbaan deze testen te doen:

   1. Op 12- of 13-jarige leeftijd wordt het beginniveau van de jongere in het onderwijs vastgesteld en een beeld van het vermoedelijke perspectief;
   2. Op 14- of 15-jarige leeftijd wordt het ontwikkelingsperspectief bepaald. Daarin worden zowel de mogelijkheden van de leerling als de situatie op de regionale arbeidsmarkt betrokken;
   3. Kans op werk (uitstroomperspectief): aan het einde van het voortgezet (speciaal) onderwijs wordt voor de overstap naar de arbeidsmarkt vastgelegd welke vaardigheden de jongere heeft, wat diens verdere ontwikkelingsmogelijkheden zijn.
      Jongeren die geen reguliere startkwalificatie kunnen halen, moeten zich doelgericht voorbereiden op een plek op de arbeidsmarkt. De afgelopen jaren is een begin gemaakt met het arbeidsgericht onderwijs voor jongeren met een beperking. Daarbij kunnen stages - naast het aanleren van vaardigheden op school - de overgang van onderwijs naar arbeid belangrijk verbeteren. De school legt in overleg met andere instanties in de regionale Wajong-netwerken (zie onder) in een individueel plan de precieze overgang van onderwijs naar arbeid vast.

Regionale Wajong-netwerken

UWV werkt samen met andere betrokken partijen samen in regionale Wajong-netwerken. Het netwerk bespreekt alle leerlingen die toe zijn aan de overstap naar de arbeidsmarkt om een vloeiende overgang van onderwijs naar werk te bevorderen.
Momenteel wordt gewerkt aan het zodanig inrichten van deze netwerken dat ze overal dezelfde basiskwaliteit hebben. In ieder geval moeten UWV, scholen(voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en middelbaar beroepsonderwijs), CWI, belangenbehartigers van stichting MEE en gemeenten hieraan deelnemen. Waar nodig doen ook andere partijen mee, zoals re-integratiebedrijven en werkgevers.

 Eerder inzetten van jobcoaches

Het kabinet maakt het mogelijk om jobcoaches in het laatste schooljaar al in te zetten. Het kabinet wil door middel van een pilot hiermee ervaring opdoen . De pilot moet duidelijk maken of de inzet van een jobcoach tijdens stage zinvol en effectief is en voor welke doelgroep dat in het bijzonder het geval is. De pilot loopt tot 1 januari 2011, wanneer de invoering van passend onderwijs is voorzien.

Investeren in opvoedingsondersteuning

Er komt een landelijk dekkend netwerk van centra voor Jeugd en Gezin. Alle ouders en kinderen kunnen er terecht met vragen over opvoeden en opgroeien én voor hulp. De centra voor Jeugd en Gezin moeten goed samenwerken met de zorgadviesteams (ZAT’s) bij scholen. Deze samenwerking resulteert in het eerder signaleren van problemen, waardoor ze ook sneller aangepakt kunnen worden. Het kabinet wil dat alle scholen in 2011 beschikken over zorgadviesteams voor alle leeftijdsgroepen.

 Investeren in jeugdgezondheidszorg en jeugdzorg

Het onderzoeksprogramma ‘Zorg voor Jeugd’ ondersteunt het opzetten van de centra voor Jeugd en Gezin. Dit programma ontwikkelt interventies en instrumenten voor de jeugdgezondheidszorg en de geïndiceerde jeugdzorg. Het helpt professionals aan instrumenten om problemen effectief te signaleren en problemen in het leven van jonge kinderen goed te behandelen. De minister voor Jeugd en Gezin trekt hier  € 42 miljoen voor uit.

 Meer nadruk op participatie

 Het kabinet wil dat hulpverleners bij het begeleiden en behandelen van jongeren ook oog hebben voor toekomstige participatie van die jongeren. Dit vraagt om meer nadruk op wat deze jongeren wél kunnen, een cultuuromslag die actief ondersteund moet worden door de verschillende beroepsgroepen in de jeugdzorg.

Betere voorbereiding op een baan

Jongeren moeten op school zo goed mogelijk worden voorbereid op een toekomstige baan. De belangrijkste voorgenomen verbeteringen in het onderwijs en de organisatie van het onderwijs aan jongeren met een beperking, staan in de brieven aan de Tweede Kamer van 25 juni en 5 december 2007.
 

Stroomlijning regelingen voor jongeren met een beperking

Jongeren met een beperking hebben met een flink aantal regelingen en overheidsinstanties te maken. Het kabinet wil dit veranderen. Zo wordt het kader voor integraal indiceren begin 2009 naar verwachting overal toegepast. Indicaties voor jeugdzorg, AWBZ-zorg en speciaal onderwijs worden hiermee op elkaar afgestemd. Dit leidt tot minder rompslomp voor de jongere en zijn ouders: zij hoeven minder vaak gegevens te verstrekken aan de diverse instanties.

Ondersteunende maatregelen

Programma cultuurverandering en kennisdeling

Onderzoek laat zien dat de beeldvorming, zowel bij de jongeren zelf als bij hun omgeving, een belangrijk knelpunt is. Niet alleen wet- en regelgeving moet worden aangepast, maar er moet ook een cultuuromslag komen bij onder andere professionals in de (jeugd)zorg, in het onderwijs, binnen UWV, bij werkgevers en bij ouders. SZW, OCW en J&G ontwikkelen hiervoor gerichte activiteiten.

 Beleidsonderzoek

Om te beoordelen of het beleid de gewenste doelen bereikt, is kennis nodig. Daartoe zal een monitor worden ingericht. De monitor wordt zonodig aangevuld met specifiek onderzoek.

Bron:SZW

 

 

 
Wtcg
donderdag, 17 december 2009

Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

In de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) wordt geregeld dat chronisch zieken en gehandicapten gecompenseerd worden voor de extra kosten die zij hebben. De Wet komt in de plaats van de fiscale regeling buitengewone uitgaven. Via de belasting blijven alleen specifieke zorgkosten aftrekbaar.

De Wtcg gaat in per 1 januari 2009 en brengt verschillende veranderingen met zich mee. De belangrijkste zijn:

Verder zijn er maatregelen genomen om arbeidsongeschikten en ouderen te compenseren voor het verlies van aftrekposten en inkomenseffecten.

Hier leest u wanneer u hiervoor te maken krijgt met het CAK. Wilt u meer informatie over de andere onderdelen van deze regeling? Lees dan de brochure 'De Wtcg wat hebt u daarmee' van Ministerie van VWS. Of kijk op: www.veranderingenindezorg.nl en op de website van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Informatie over de financiële gevolgen van het afschaffen van de buitengewone uitgavenregeling vindt u in de volgende brochure.  

 

 

 
Wat verandert er vanaf 1 januari 2010 in de Wet Wajong?
donderdag, 17 december 2009

In de nieuwe Wajong staat het recht op arbeidsondersteuning centraal en niet meer het recht op een uitkering. De nieuwe wet gaat daarom ook anders heten: Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong), in plaats van de huidige benaming: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. Ook worden de bedragen van de Wajong-uitkering aangepast per 1 januari 2010, net als de bedragen van de meeste andere sociale uitkeringen.

Inhoud van deze pagina

Relevante links
Lees verder...
 
Zorgpremie in 2010 gemiddeld 100 euro duurder
woensdag, 28 oktober 2009

Een gezin betaalt volgend jaar gemiddeld 100 euro meer aan premies voor de zorgverzekering. Tot die conclusie komt de vergelijkingssite Verzekeringssite.nl woensdag op basis van vijf verzekeraars die hun premie al bekend hebben gemaakt. Dat is naast CZ, DSW, De Goudse en OZF Achmea.

„De ervaring van de afgelopen jaren leert, dat je op basis van deze verzekeringsbedrijven een goeie schatting kunt doen. Daarbij weten we dat inschatting van het ministerie van Volksgezondheid structureel te laag is”, licht directeur Erik Hordijk van Verzekeringssite.nl toe. Het ministerie gaat vooralsnog uit van een gemiddelde premiestijging van ongeveer 2 procent (20 euro) per basisverzekering.

Van de grote zorgverzekeraars kwam CZ woensdag met de premies voor volgend jaar naar buiten. Zorgverzekeraar CZ, met 3,3 miljoen verzekerden, verhoogt de Zorg-op-Maat polis voor het komende jaar met 3 euro per maand. Daarmee komt de premie op 93,75 euro per maand. De meeste verzekerden bij CZ hebben deze polis.

„De premie voor de Zorgkeuze polis bedraagt in 2010 96,25 euro per maand. Dat is in 2009 nog 94,25 euro”, aldus CS. Verder gaat de Direct polis volgend jaar met bijna 3 euro omhoog naar 86 euro per maand. Ook de premies voor de aanvullende verzekeringen van CZ stijgen volgend jaar, met gemiddeld 5 procent.

De grote zorgverzekeraars die hun premies nog bekend moeten maken zijn Achmea, Menzis en VGZ. Samen met CZ hebben zij 90 procent van de markt in handen. „Zorgverzekeraars voeren een verhoging van gemiddeld 3 procent door op de basispremie en 6 procent op de aanvullende premies”, schat Hordijk in.

bron:Telegraaf

 
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
woensdag, 30 januari 2008

De Wajong is een volksverzekering voor iedereen die ingezetene van Nederland is. Het is een opvolger van oude AAW en trad per 1 janauri 1997 in werking. De verzekering keert uit aan een verzekerde indien die voor zijn 17e verjaardag arbeidsongeschikt is geworden, en dat bij zijn 18e verjaardag nog steeds is. De verzekering geldt ook voor mensen die tussen hun 18e en 30e verjaardag arbeidsongeschikt zijn geworden tijdens een studie. De duur van de studie moet minimaal 6 maanden zijn.
De basis voor de uitkering is het minimumloon. De hoogte van de uitkering wordt bepaald op basis van het percentage van arbeidsongeschiktheid:

  • minder dan 25% arbeidsongeschikt
  • tussen 25% en 50% arbeidsongeschikt
  • tussen 50% en 80% arbeidsongeschikt
  • meer dan 80% arbeidsongeschikt

Mensen die minder dan 25% arbeidsongeschikt zijn kunnen geen beroep doen op de Wajong-uitkering. Mensen die tussen 25% en 80% arbeidsongeschikt zijn kunnen een beroep doen op een deel van de wajong-uitkering. Mensen die meer dan 80% arbeidsongeschikt zijn hebben recht op de volledige wajonguitkering. De volledige wajonguitkering bedraagt 75 procent van het minimumloon. Per 1 juli 2007 werd deze uitkering verhoogd van 70 procent van het minimumloon. Het inkomen van een eventuele partner en vermogen zijn niet van invloed op de hoogte van de uitkering.
Om voor een verhoogde uitkering (volledig minimumloon) in aanmerking te komen moeten mensen volledig arbeidsongeschikt en tevens hulpbehoevend of/en niet zelfstandig zijn.
Uitkeringsgerechtigden mogen bijverdienen naast de wajong-uitkering. De grens van het bijverdienen wordt bepaald door de hoogte van de wajong-uitkering. Bij volledige uitkering mag maximaal 20% van het minimumloon bijverdiend worden.
Hoewel uitkeringsgerechtigden hun Wajong-uitkering kunnen behouden, mogen ze zelf initiatief nemen om een baan te vinden. Er bestaan speciale regelingen voor deze groep Wajong'ers. Ze hebben 5 jaar vangnet bij een reguliere baan, terwijl ze een levenslang vangnet bij de sociale werkplaats hebben. Bij terugval krijgen ze hun oude uitkering terug. De werkgevers hoeven geen ziektewetkosten betalen als wajong'ers 2 jaar lang ziek zijn. Het is voor onbepaalde tijd, terwijl het voor gewone WAO'ers maximaal 3 jaar is. De Wajong'ers kunnen proefplaatsingen aanbieden aan werkgever. Bij de proefplaats hoeft werkgever maximaal 3 maanden geen loon te betalen aan Wajong'ers. Alle ex- en wajong'ers hebben ook een speciale aftrek van belastingdienst gekregen.
De Wajong is tevens bedoeld voor mensen die hulp nodig hebben bij het vinden en/of behouden van een werkplek.
In het praktijk krijgen 98 procent van jonggehandicapten volledige uitkering,terwijl slechts 2 procent van aantal Wajongers gedeeltelijke uitkering hebben gekregen. Er zijn ruim 150.000 Wajongers in Nederland. In gevallen worden maatmanloon aangepast tot 1,5 keer van minimumloon als de jonggehandicapten HBO of WO diploma heeft behaald.
De regeling wordt uitgevoerd door het
UWV.